Danielleopreis.jouwweb.nl
Home » Reisverslagen » Azië » India, Ladakh en Spiti Valley

India, Ladakh en Spiti Valley juli 2011

Ladakh en Spiti Festival reis

Van 8 t/m 31 juli 2011 met Dim-Sum Reizen

 

Op 17 juni 2011 zijn wij getrouwd en deze reis was onze huwelijksreis. We wilden eigenlijk naar Tibet met Dim-Sum, maar kregen enkele weken voor vertrek te horen dat we Tibet niet in mochten. China had de grenzen dicht gegooid vanwege te verwachte spanningen. Zij vierden namelijk de 90-ste verjaardag van de communistische partij en de 60-ste verjaardag van de inlijving van Tibet. Dus hebben we een andere reis uitgekozen, ook bij Dim-Sum. Het gebied waar we nu naartoe gaan, Noord-Oost India, wordt ook wel klein Tibet genoemd. De Dalai Lama is naar dit gebied gevlucht en kan hier, net als andere monniken, vrij leven volgens de leer van het Boeddhisme. Na afloop kan ik zeggen dat deze reis waarschijnlijk mooier zal zijn geweest: strakblauwe luchten in de Himalaya, bezichtigingen van kloosters die hun religie vrij kunnen uitdragen, prachtige en overweldigende natuur, geen Chinezen die de wacht houden en tenslotte een erg gezellige kleine club medereizigers! Hieronder het verslag van dag tot dag, veel leesplezier!

 

Zie ook onderstaande link voor een korte reportage van een van de reizigers van Dim-Sum:

http://vimeo.com/2009213 (site Dim-Sum Reizen)

 

Voor meer informatie over India, zie onderstaande link:

http://www.voorbeginners.info/india/ (site Dim-Sum Reizen)

 

1 Amsterdam - Delhi

2 Delhi - Amritsar

3 Amritsar

4 Amritsar - Dharamsala

5 Dharamsala

6 Dharamsala - Rewalsar

7 Rewalsar - Manali

8 Manali

9 Manali - Kaza

10 Kaza - Tabo via Dhankar

11 Tabo - Kaza / bezoek Ki en Kibber 

12 Kaza - Keylong

13 Keylong - Sarchu

14 Sarchu - Tso Kar

15 Tso Kar - Tso Moriri 

16 Tso Moriri - Leh

17 Leh

18 Leh - Lamayuru

19 Lamayuru - Leh via Alchi

20 Leh 

21 Leh 

22 Leh - Delhi

23 Delhi

24 Delhi – Amsterdam

 

Donderdag 7 juli Assendelft

Onze reis begon in Assendelft, bij Sven en Loes en de kids. Onze teckel Grover heeft daar gedurende onze reis gelogeerd. Wij hebben 1 nachtje bij hen gelogeerd. Een gezellig begin van onze reis!

 

Vrijdag 8 juli:  Amsterdam – Delhi

Vanochtend heeft Sven ons naar Schiphol gebracht, wat een luxe. Onze auto hebben we in Assendelft laten staan en nemen we op de terugweg weer mee, evenals onze teckel.

Voordat we het vliegtuig ingingen hadden we al 3 medereizigers ontmoet (herkend aan het Dim-Sum boekje), Ineke en Meta uit Rotterdam en Marijke uit Dordrecht. Later hebben we Debbie en Paul uit Haarlem ontmoet. We hadden een reisgezelschap van 7 mensen, klein, maar erg gezellig. Een tikkeltje ouder dan ons, maar dat mocht de pret niet drukken. De anderen waren, net als wij, flink bereisd en de verhalen vlogen dan ook over en weer. We hebben ook veel lol gehad onderling!

 

De vlucht is goed gegaan. Ik heb een paar uur geslapen en Niels heeft zich vermaakt met films kijken. ’s Avonds laat kwamen we aan in Delhi, waar we werden opgewacht door onze chauffeur. Ondanks dat het al laat was, was het nog erg heet. Vooral klammig warm. In een busje scheurden we door Delhi en kwamen we uit bij een erg mooi hotel. Daar kregen we eerst wat informatie en instructies, voordat we naar onze kamers gingen. Onze tassen werden naar boven gedragen, maar we hadden nog geen Indiaas geld, dus konden geen fooi geven, dat was wel lullig. We hadden een kamer met mooie oud koloniale meubels en airco, heerlijk. Na een verfrissende douche zijn we gaan slapen.

 

Zaterdag 9 juli Delhi, trein naar Amritsar

Vanochtend hadden we ontbij op het dakterras, wauw, meteen een geweldig vakantiegevoel. Het dak was heel mooi aangekleed in Oosterse sferen met lekker loungebanken en vele kleuren kussens en doeken. Vanaf het dak kon je ver weg kijken over Delhi. Het ontbijt bestond uit geroosterd wit brood met jam, ei, thee en honing. Smaakte prima! Na het ontbijt kregen we een rondleiding in Delhi met het busje. Toen we het hotel uitstapten, keken we meteen onze ogen uit. We zaten midden in Delhi en het was een en al drukte en warmte om ons heen. Eigenlijk wilde je meteen weer douchen, maar dat heeft weinig zin, want je bent direct weer nat van het zweet. Dus, jezelf hieraan overgeven is het beste.

Het krioelt er van de mensen: in allerlei kleuren gekleed, karren trekkend met bakstenen ed, ossenwagens, een paard, fietsen, kinderen, oude oma’s, bedelaars, rijkere mensen, rommel, plasgoten, chaos, veel winkels. Zomaar een eerste indruk van Delhi. Het voelt er heerlijk!


Bron: http://www.voorbeginners.info/india/new-delhi.htm'De hoofdstad van India heeft 11 miljoen inwoners en bestaat uit twee aan elkaar gebouwde steden. Naast het oorspronkelijke Delhi bouwden de Britten de regeringszetel New Delhi. Het voorvoegsel "New" wordt tegenwoordig vaak weggelaten. De stad ligt aan de heilige rivier Yamuna.'

We gingen op pad. Als eerste naar het park Ranj Gath. In dit park ligt een grote plaat van zwart marmer op de plaats waar Mahatma Gandhi werd gecremeerd. De laatste woorden van de ‘Vader van de natie’ vormden de enige inscriptie op het gedenkteken: ‘He Ram’ (Oh God). We hebben hier even rondgewandeld en genoten van het groen en de bloemen.

Van daaruit gingen we naar het Rode Fort. 'Het beroemde Rode Fort werd in 1639 gebouwd in opdracht van Grootmogol Shah Jahan, die zijn hoofdstad van Agra naar Delhi verplaatste. Het dankt zijn naam aan het rode zandsteen waaruit het is opgetrokken. Het duurde 9 jaar voor het fort kon worden betrokken. Echter, in 1658 werd de Shah afgezet door zijn zoon en gevangen gehouden in het fort in Agra, waar hij 8 jaar later overleed.'

'De enorme vesting (900 x 500 m) is omringd door een 2,4 km lange en op sommige plaatsen 30m hoge muur en vormde met zijn paleizen, bazaars en moskeëen een stad binnen een stad. Binnen de muren van het fort liggen marmeren paviljoenen en badhuizen.'

Het was erg indrukwekkend om te zien. We zijn er eerst gedeeltelijk omheen gelopen. We zagen enkele mannen in de droge gracht met een handzeis het gras maaien. Daarna zagen we mannen met emmers in een stellage van bamboe de muren wassen. Erg arbeidsintensief allemaal. Binnen hebben we een mooie wandeling gemaakt en diverse prachtige gebouwen gezien.

'Vlak bij het fort ligt de grootste moskee van India, Jama Mashid. Ook dit gebouw is van rode zandsteen. De koepels echter zijn van wit marmer, wat een mooi effect geeft.'

Na de rondleiding zijn we weer terug gegaan naar het hotel waar we geluncht hebben. Wij bestelden Fried rice, om rustig en nog niet al te spicy te beginnen. Het smaakte erg lekker. Vervolgens namen we alweer afscheid van het hotel om met de trein verder te reizen. We gingen met het busje naar het station. Als toerist hoef je hier echt niet zelf te gaan rijden, want dat staat gelijk aan het tekenen van je doodvonnis. Jemig, wat een chaos, althans in onze ogen. Overal scheuren auto’s, busjes, fietsers, lopen voetgangers, rijden tuktuk’s, riksja’s, noem maar op. Van links naar rechts, zonder te kijken, voorrang afdwingend.

Onze reisleider was niet iemand die bekend is in de stad en zich hier ook totaal niet op z’n gemak voelde. Dat bleek nog meer bij het treinstation. Hij wist niet waar we moesten zijn en met onze zware rugzakken hebben we eerst zo ongeveer het hele station doorkruist, waarna hij als een bliksemschicht ineens naar boven schoot. Toen we bij het juiste perron waren, ontdekten we dat we de helft van de groep kwijt waren. Oeps, dus wij moesten blijven staan en hij ging zoeken. Gelukkig was de rest ergens blijven staan en haalden we met z’n allen net op tijd de trein, ppfffff.

De trein zag er goed uit. We werden overladen met eten en drinken. Ik ging op een gegeven moment in het tussen halletje staan, om even de benen en de rug te strekken. Daar heb ik staan buurten met een agent. De ‘kok’ ruimde ook alles netjes op: de tussendeur van de trein ging open en hij flikkerde alle troep zo naar buiten. Ik stond met open mond te kijken en begreep toen waarom het buiten zo vies was. Goh….

Na 6 lange uren kwamen we ’s avonds laat aan in Amritsar. De stad van de Sikh’s. Na onderhandelen gingen we met 2 busjes naar ons hotel. Hier was net een bruiloft aan de gang, dus voor de ingang was het een en al kleur, muziek en dans. En….wij werden uitgenodigd om in de feestzaal een drankje te komen drinken, leuk! Dus, nadat we onze spullen gedropt hadden en de nodige info hadden verkregen, gingen we feest vieren. Met limonade. Het was zeer speciaal en erg leuk om te zien. De bruid was prachtig!

Daarna naar onze kamer, wat handwasjes gedaan en de kleding onder de ventilator gelegd, zodat ie snel kon drogen. Tenslotte naar bed en lekker geslapen.

Zondag 10 juli Amritsar

Vanochtend lekker ontbeten in het hotel. Daarna gingen we in tuktuk’s naar de Gouden Tempel van de Sikhs. Dat was ook een leuke beleving, scheurend in zo’n klein open ‘karretje’ door de drukte.

 

Bron: Site Dim-Sum Reizen: ‘Amritsar is de heilige stad van de Sikhs en hier staat dan ook hun belangrijkste heiligdom, de Gouden Tempel, ook wel Hari Mandir genaamd. Dagelijks wordt de tempel door honderden pelgrims bezocht. De imposante tempel weerspiegelt in het water van het omringende bassin (Amrit Sarovar) en wordt omsloten door de witte gebouwen waarin de priesters en pelgrims verblijven. Het is een sprookjesachtig geheel en de sikhs, met kleurrijke gewaden, karakteristieke tulbanden en grote baarden, vormen een fascinerend schouwspel. Sommige mannen dragen zelfs nog een kromme dolk aan hun riem. In de tempel wordt continue door priesters voorgelezen uit de originele versie van de Guru Granth Sahib, de bijbel van de Sikhs.’

 

Bij de tempel was het een drukte van jewelste. We deden onze schoenen uit en legden ze in de daarvoor bestemde vakken. Daarna deden we een hoedje op of bonden we een doek om, want je mag niet naar binnen met een onbedekt hoofd. Eenmaal binnen keken we onze ogen uit. Wauw, wat prachtig. Zowel de kleuren van de kleding van alle mensen als de tempel. Ik had me vooraf voorgenomen om veel mensen te fotograferen, omdat ze in India zo mooi zijn. Ik wilde om toestemming vragen, totdat….iedereen om ons heen juist foto’s van ons ging maken. We waren interessante figuren. Meisjes die met mij op de foto wilden, jongens die met hun mobieltjes foto’s maakten van Niels alleen, maar ook met Niels en de ‘vriendengang’, ik die een baby in mijn handen geduwd kreeg en daarmee op de foto moest, Niels die op z’n hurken moest naast een of andere wizzard, ga zo maar door. Erg lollig! Dus, ik fotografeerde er ook op los, wat vele mooie plaatjes heeft opgeleverd.

 

We liepen rond en genoten van al het moois. De tempel van de buitenkant gezien was helemaal geweldig. Er werd ons wel afgeraden om niet in de tempel te gaan, want je zou uren in de rij staan. En eenmaal in de rij, kon je niet meer terug, vanwege het dik op elkaar gepropt staan. Maar goed, het rondlopen was ook al leuk op zich. Mensen liepen, zaten, mediteerden langs de kant. Er waren enkele mannen aan het baden in het heilige meer. Ze hebben zich met een ketting aan de kant vast gemaakt, want ze kunnen niet zwemmen. Jongere mannen werden aan het werk gezet en poetsten en schilderden het hek om het bassin. Er werd eten gekookt en voor iedere gelovige is er een gratis maaltijd, waarna vele vrouwen op de grond zittend de kommen weer schoon maakten. Een enorme bedrijvigheid, maar mooi om te zien!

 

Na het bezoek besloten we met een riksja naar de volgende tempel te gaan. Zo, dat was ook een spannende ervaring, hahaha. Ze scheuren net zo hard als auto’s door het verkeer en de riksja van Ineke en Meta ging zelfs tegen het verkeer in op de rotonde. Maar, het was lache! We kwamen aan bij een Hindoestaanse tempel. Dit was ook mooi om te zien. Veel bloemen en offerandes en prachtige heilige beelden.  

 

Om 17.00 uur gingen we met de reisleider naar een bijzonder evenement dat iedere avond plaats vindt: de grensceremonie! Samen met vele Indiase mensen stonden we te wachten in de hitte, totdat we toestemming kregen om…..te rennen door de straat richting…….dat konden we niet zien, maar we renden maar mee. Het was een en al gedrang en halverwege moesten we weer wachten. De vrouwen mochten echter wel verder en even later werden we gefouilleerd. Daarna liepen we richting grote tribunes. Onze reisleider had geregeld dat we op de VIP-tribunes mochten plaatsnemen, waardoor we een goed zicht hadden. Op de tribunes rechts van ons bevonden zich enkele duizenden Indiase mensen. Op de tribunes links van ons de in vele prachtige kleuren gestoken Pakistaanse mensen. De beide zijden werden gescheiden door een hek. Overal liepen grenswachten in kaki kleuren uniform, beetje hoogwater broeken wat goedgemaakt wordt door de witte covers. Op hun hoofd hadden ze een pet met een soort rode hanekam op. Laten we zeggen: een bijzonder gezicht. Aan de Pakistaanse kant idem dito, maar de unfiformen waren daar zwart van kleur.

 

De eerste fase van de strijd begon. Er klonk verschillende muziek uit de luidsprekers, waardoor het publiek werd opgezweept en iedereen erg fanatiek zwaaide met vlaggetjes. De twee tribunes schreeuwden naar elkaar: Pakistan, Pakistan en Hindustan, Hindustan. Daarna begon een groep vrouwen te dansen en te zingen, met de vlag in de handen, en provoceerde zo de andere kant. Daar werd ook gezongen en er werd tegen elkaar opgeboden. Dit alles onder luid geschreeuw en gejoel van de menigte.

Toen begonnen de grenswachten. Het hoofd wist luidkeels op 1 toon een geluid uit te brengen wat aardig lang aanhield. De Pakistaanse grenswacht was daarna aan de beurt en na enkele rondes bleek de Pakistaan hier aan de sterkere kant. Daarna begonnen de grenswachters een voor een naar het hek te lopen op een manier waarvan Niels zei dat het leek op de Ministry of Silly Walks van Monty Phyton. Ze gooien tijdens het lopen hun benen flink omhoog, zodat de onderkant van de voeten goed zichtbaar zijn voor de andere kant van de grens. Een teken van oneerbiedigheid. Vervolgens stampen ze op de grond, draaien ze, klikken ze met hun hielen, gooien ze hun knie omhoog, weer stampen en dan wandelen ze snel verder.

Op het einde werd het hek, de grens, even geopend om deze vervolgens officieel te sluiten.

2 vlaggen werden gehesen, waarna het hek weer dicht ging.

Wij hebben onze ogen uitgekeken tijdens deze ‘voorstelling’ en veel foto’s en films gemaakt. Het was echt heel bijzonder om dit mee te maken. En helemaal bijzonder te bedenken dat dit schouwspel iedere dag plaats vindt……en dat India en Pakistan nu niet echt een geweldige band hebben…..

 

’s Avonds lekker gegeten in het hotel en daarna buiten wat rondgelopen en een paar boodschapjes gedaan. Bij terugkomst waren de chauffeurs gearriveerd met wie we de volgende dag op pad zouden gaan. We dachten dat we 2 FWD’s hadden, maar het waren luxere personen auto’s. Wel lekker ruim, dus met het aantal personen en de bagage op het dak hadden we allemaal veel plaats. Fijn!

 

Nog een stukje geschiedenis van Amritsar.

Bron: Wikipedia: ‘De slachting van Amritsar (13 april 1919) was een gebeurtenis waarbij het Brits-Indische legeronder het commando van Reginald Dyer het vuur opende op een groep ongewapende mannen, vrouwen en kinderen. Dit bloedbad vond plaats in Jalianwala Bagh, een park in Amritsar in India. Officiële bronnen meldden een dodental van 379. Volgens anderen was het aantal echter meer dan 1000 met meer dan 1200 gewonden en de chirurg dr. Smith meldde dat er meer dan 1800 doden vielen. Uit politieke overwegingen zijn de juiste aantallen nooit vastgesteld.'

'De achtergrond van het bloedbad werd gevormd door spanningen tussen het Britse koloniale regime en het streven naar onafhankelijkheid, met name verwoord door het Indian National Congress onder leiding van Mahatma Gandhi. Hoewel Gandhi hierbij de weg van passief verzet en geweldloosheid voorstond, leidde het repressieve optreden van het koloniale regime regelmatig tot opstanden onder de bevolking. In 1919 kwam het tot massademonstraties, waarop de Britten onder meer reageerden met de arrestatie in april 1919 van de beide leiders van het Congres in Amritsar, Dr. Saifuddin Kitchlew en Dr. Satya Pal. Demonstraties voor hun vrijlating leidden tot ongeregeldheden, waarbij zowel Europeanen als Indiërs om het leven kwamen. De Britse gouverneur van de Punjab, SirMichael O'Dwyer, riep de noodtoestand uit. Hij droeg brigadegeneraal Reginald Dyer op voor handhaving van de orde zorg te dragen. Dyer kreeg de expliciete instructie om op samenscholingen gericht te schieten: "All gatherings will be fired upon.’

                                                                                                                                                                                                                                                                 

Maandag 11 juli Amritsar – Dharamsala

Vanochtend na een goede nacht, een lekker ontbijtje en het inpakken van de auto’s gingen we op weg. Vandaag stond een lange dag op het programma, zo’n 7-8 uur rijden. Maar, dat ontdekten we al snel, het is helemaal niet erg om in dit land langdurig te rijden. Je kijkt namelijk je ogen uit. Overal is wel iets te zien. Als we een foto willen maken, moeten we snel vragen om te stoppen, want de chauffeurs rijden hard door. Deze dag heeft ons vanaf de vlaktes van de Punjab naar de uitlopers van de Himalaya gebracht. We arriveren in McLeod Ganj, wat vlak boven Dharamsala ligt. Hier verblijven we in een erg gezellig hotel. Vanuit onze hotelkamer hebben we een prachtig uitzicht over het dorp, de vele Tibetaanse gebedsvlaggen die overal hangen en….het Namgyalklooster van de Dalai Lama. De Dalai Lama en de Tibetaanse regering zijn namelijk gevlucht naar Dharamsala, tesamen met vele andere Tibetaanse vluchtelingen. In Dharamsala wonen ca 19.000 inwoners, waaronder enkele duizenden Tibetaanse ballingen.

 

Bron: Wikipedia: ‘Toen de dalai lama Tenzin Gyatso na de opstand in Tibet van 1959 uit Tibet vluchtte, werd Dharamsala door de Indiase premier Jawaharlal Nehru aangewezen als locatie voor deTibetaanse regering in ballingschap. Sindsdien wonen er vele duizenden Tibetaanse vluchtelingen, voornamelijk in de nederzetting McLeod Ganj, ook wel Boven Dharamsalagenoemd, waar veel Tibetaanse tempels en scholen werden gebouwd. De stad wordt daarom in de volksmond Klein Lhasa genoemd.’

Voor meer achtergrond informatie: http://www.reizennaarindia.nl/content/informatie/dharamsala.php

 

Er heerst hier een echte Tibetaanse sfeer en overal kom je monniken tegen. Ook de Westerse fans van de Dalai Lama bepalen het levendige straatbeeld, evenals de hippie-achtige mensen die op de mystieke aantrekkingskracht afkomen. In de hoofdstraat staan vele kooplieden met prachtige ambachtelijke sieraden en Tibetaanse kunstwerken. We hebben een rondje gewandeld om de sfeer  te proeven. Mijn beeld van de monniken werd snel bijgesteld. Ze lopen wel in de prachtig gekleurde gewaden, maar wel met laptops, gsm’s, op gympen en sommigen scheuren zelfs op een brommer voorbij. Ook valt het op dat ze veelal gespierd zijn, maar dat komt door de vele sport activiteiten die ze verrichten.

’s Avonds hebben we in het hotel momo’s gegeten, erg lekker. Dat zijn deegballetjes, gekookt of gefrituurd, gevuld met vlees of groente, jammie! We hebben met de groep gezellig zitten kletsen, ja, we hebben het enorm getroffen met de groep!

Dinsdag 12 juli Dharamsala

Vanochtend hadden we al vroeg de wekker gezet, want er was ons verteld (we noemen geen namen) dat er vroeg in de ochtend, om 6 uur, een hele mooie dienst zou zijn door de monniken. Dus, we gingen op pad naar het klooster. Eenmaal daar aangekomen, was er nergens sprake van een dienst, hm. Bij navraag bleek dat dit om 5 uur was en dat duurde zo’n 10 minuten. Het betrof het chanten van de monniken. Afijn, we hebben wel rondgekeken bij het klooster van de Dalai Lama. Dit klooster werd in de 16e eeuw door de Derde Dalai Lama gesticht. Eerlijk gezegd viel dat een beetje tegen. Het was heel modern opgezet en weinig sfeervol. De tempel met de beelden en de offerandes was wel indrukwekkend, daar hebben we onze ogen uitgekeken. Daarna hebben we de tempel rondgelopen en de gebedsmolens draaiende gehouden door deze met onze rechterhand een tik te geven. Mooi om te zien dat de monniken op die manier hun gebeden de lucht in sturen. Wat de monniken ook doen zijn de zogenaamde ‘ter aarde werpingen’. Als zij op bedevaart gaan, gaan ze niet lopend, maar werpen ze zich ter aarde, om vervolgens weer op te staan, zich weer ter aarde te werpen etc. Op de binnenplaats bij het klooster zag je verschillende mensen bezig met deze werpingen. Er stonden planken en kussens, die je kon gebruiken hiervoor. Er waren geen monniken, maar wel oude omaatjes die keer op keer zichzelf ter aarde worpen. Aan het einde van de plank hadden ze een klein altaartje gemaakt met daarop een foto van de Dalai Lama, kaarsjes een gebedskrans of – molen. Mooi om te zien. Als ze deze activiteit nu bij ons introduceren, blijven de ouderen van dagen langer soepel en hoeven ze niet en mars naar de fysiotherapeut! We hebben bewonderenswaardig staan kijken! De Dalai Lama hebben we niet gezien, want hij is in Amerika om daar lezingen te geven. Jammer!

 

Eenmaal weer in het hotel gingen we ontbijten. In de gids van Dim-Sum reizen stond dat we vandaag een vrije dag hadden, maar we hadden al snel door dat een vrije dag bij onze gids niet bestond. Abi had alweer een leuke dag gepland en wij vonden dat uiteraard prima, want op deze manier hebben we ontzettend veel gezien van de omgeving. Dus, dat was alleen maar erg prettig.

We hebben een kerk bezocht die door en voor de Engelse militairen aan het begin van de 19e eeuw was gebouwd . Deze heet St John in the Wilderness. Het was best aardig om te zien. Er omheen is een klein kerkhof voor de Engelsen die hier gewoond hebben.

 

’s Middags zijn we naar het zomerpaleis van de Dalai Lama geweest, Norbulingka. In 1 woord: prachtig! We gingen door een poort en het leek alsof je in een compleet andere wereld je intrede deed. Overal Tibetaanse gebedsvlaggen, een geweldige tuin met veel groen en water en mooie gekleurde gebouwen. Er hing zo’n heerlijke sfeer! We hebben rondgelopen in de tuin die is aangelegd door een Japanse architect. We kregen ook de diverse ambachten te zien in het Norbulingka instituut. Dit instituut richt zich op het behoud van het nalatenschap van het Tibetaanse volk en werd opgericht door de 14e Dalai Lama. Er bevonden zich diverse Tibetanen op een kussen die een prachtige schildering aan het maken waren. Zij studeerden hier 3 jaar om zelfstandig Thangka’s te kunnen maken. Van daaruit konden ze kiezen om deze zelfstandig te gaan verkopen of thangka’s te maken voor kloosters.

 

Een stukje geschiedenis. De residentie van de Dalai Lama was Lhasa, de hoofdstad van Tibet. In de winter werd het Potala Paleis als residentie gebruikt en in de zomer het Norbulingka Paleis. De huidige 14e Dalai Lama, Tenzin Gyatso, bevindt zich echter sinds 1959 in ballingschap in McLeod Ganj. Dit, na een moeilijke periode van bezetting door China dat Tibet in 1950 binnenviel en in 1959 de volledige macht overnam.

 

Bron: Wikipedia: ‘Een Thangka, ook wel T(h)an(g)ka is een geschilderd of geborduurd Tibetaans boeddhistische banier die oorspronkelijk in een klooster of boven een familiealtaar werd gehangen en tijdens ceremoniële processies werd gedragen door monniken. Het Tibetaanse woord thang betekentvlak en geeft weer dat een thanka een schildering is op een plat oppervlak, die echter opgerold kan worden wanneer er geen vertoning nodig is. Om dit laatste wordt het ook wel een rolschildering (scroll-painting) genoemd. De meest voorkomende vorm van de thangka is rechthoekig in staande weergave. De afbeelding wordt traditioneel geschilderd op katoen geprepareerd met lijm getrokken uit yakhuid vermengd met kalk. Als verf gebruikt men pigmenten met als bindmiddel yakvet. Deze verf is na droging watervast en elastisch. De thangka heeft meestal een zijden voorhang om de afbeelding desgewenst te beschermen tegen lichtinvloeden.Wanneer een thanka goed is gemaakt, vervult het verschillende functies. Zo worden afbeeldingen van goden gebruikt als leermiddelen wanneer het leven of de levens van Boeddha worden uitgebeeld, historische gebeurtenissen rondom belangrijker lama's worden beschreven of mythe'svan goden worden herverteld. De godsdienstige afbeeldingen dienen als centraal punt van een ritueel of ceremonie en bieden vaak een mediumwaardoor gebeden of verzoeken kunnen worden gemaakt. In het algemeen wordt de religieuze kunst gebruikt als hulpmiddel voor meditatie om iemand verder te helpen op de weg naar verlichting.’

 

Er waren ook nog andere ambachten. Zo waren er studenten houtsnijwerk, die de meest gedetailleerde meubels maakten. En als er 1 stukje van een verhaal (meubel) kapot ging, werd er helemaal opnieuw begonnen. Echt monnikenwerk dus ;-). En er waren studenten die de boeddhistische beelden maakten. Hun werkplaats hebben we vastgelegd op een foto. Een arbo-dienst hebben ze daar niet, want dan zou dit niet goedgekeurd worden…

 

Aansluitend zijn we naar de tempel geweest die ook prachtig was van binnen. Overal mooie wandschilderingen, bestaande uit allemaal verhalen uit het Boeddhisme. Prachtige, oude thangka’s. Offerandes in de vorm van geld, maar ook voedsel zoals pakken koekjes. En niet te vergeten, een grote foto van de Dalai Lama. In Tibet is dat verboden door de Chinezen, maar hier mag hij openlijk vereerd worden, gelukkig.

 

Hierna zijn we door het winkeltje gewandeld en bekeken wat de kosten zijn voor een thangka. Op zich viel het mee, als je bekijkt hoe lang ze er mee bezig zijn. Ca 600 euro voor zo’n 6 maanden werk, maar voor ons toch iets te veel van het goede.

 

Tenslotten hebben we in de tuin op een terrasje nog iets gedronken, alvorens we weer terug gingen naar ons hotel.

 

Weer terug in Dharamsala zijn we naar een Tibetaanse arts geweest, die middels het voelen van je pols en het bekijken van je tong een recept voorschreef. Een soort kruidenballetjes. Leuk om meegemaakt te hebben, al waren de balletjes erg vies van smaak.

 

’s Avonds zijn we het centrum in gegaan en hebben we in een gezellig tentje gegeten. Net op tijd binnen, want het begon erg hard te regenen. De straatjes stonden blank en het stroomde best hard. In het restaurant kon je zien dat alles vers werd bereid door de dametjes die achter het gordijn zaten te schillen. Het eten smaakte heerlijk. Aan onze tafel zat een Engelsman van middelbare leeftijd die al langere tijd in India was. Het was een soort van hippie die hier en daar wat meditatielessen volgde en het leven nam zoals het kwam. We hebben gezellig met hem gekletst.

 

Woensdag 13 juli Dharamasala – Rewalsar

Vanochtend na het ontbijt op weg gegaan naar iets bijzonders, het Tibetaanse SOS Kinderdorp. Het ligt boven het dorp in de buurt van het Dalmeer. Het dorp bewoond ca 3000 kinderen die veelal gevlucht zijn vanuit Tibet naar India. Ouders die een betere toekomst voor hun kinderen wensten buiten hun eigen land, hebben de kinderen naar India gesmokkeld. Hier leren ze naast de Engelse taal ook de Tibetaanse taal en cultuur, zodat de cultuur van hun land blijft voortbestaan. Een erg mooi gegeven. Bij aankomst waren de kinderen aan het spelen op het speelterrein en het viel op dat ze vrolijk waren. Dat was fijn om te zien. We kregen een rondleiding en begonnen in het schooltje voor de kleintjes. Het zag er netjes uit en de kindjes zijn allemaal gekleed in een uniform. Het was erg schattig om te zien, al die kleintjes. We mochten ook foto’s maken en even rondlopen.

Vervolgens gingen we naar de huisjes waar de kinderen verblijven. Ze wonen in groepen in een eigen ‘huisje’ waar ze ook een eigen ‘moeder’ uit het dorp hebben. Samen met de groep worden de taken verdeeld, zoals koken, afwassen, schoonmaken etc. Het zag er huiselijk uit.

Toen kregen we de ruimte te zien waar de baby’s en peuters verblijven. Dat zag er ook erg schattig uit, met allemaal vrolijke kleuren.

Tenslotte liepen we langs het sportveld waar een groepje bezig was om de zonnegroet (yoga) te doen. Dat was echt super leuk om te zien, te meer omdat wij natuurlijk ook op yoga zitten en bekend zijn met de zonnegroet. 1 kind deed de oefeningen voor in het midden van de groep en de rest deed het na, dat wordt ze al vroeg met de paplepel ingegoten!

We kregen nog enkele folders mee over het dorp en de mogelijkheid tot donatie of het ‘adopteren’ van een kindje op afstand.

 

Na het bezoek aan het kinderdorp gingen we op weg naar Rewalsar. Een trip die zo’n 5 uur zou duren. Vanaf Mandi ging de weg steeds meer omhoog de heuvels in totdat we aankwamen in Rewalsar. Het dorp ligt rondom een meer op ca 735 meter hoogte. Het wordt als een heilig meer beschouwd door zowel de Boeddhisten, de Hindoestanen als de Sikhs. Iedere religie heeft dan ook een tempel of een klooster in het plaatsje en het is daarom ook een pelgrimsoord.

 

Bron: Dim-Sum Reizen: ‘Voor boeddhisten is het de plaats waar de geest van Padmasambava rust. Hij heeft vele jaren gemediteerd in een grot aan de oevers van dit meer. Padmasambava, ook wel bekend als Guru Rinpoche, wordt door de Tibetanen vereerd omdat hij het boeddhisme in 747 naar Tibet bracht. Zij noemen het meer Pema tso; meer van de Lotus. Hoog boven het meer torent een gloednieuw beeld van Padmasambhava uit.’

 

Bij aankomst zijn we met onze gids naar de grote Boeddha gewandeld. We kwamen langs een opleidingsinstituut voor jonge monniken en hebben daar rondgekeken. Het was een erg mooi gebouw en de tempel was nog indrukwekkender. Er waren enkele kleine monnikjes aan het spelen buiten en aan het schaken met de oudere garde. Leuk om te zien!

We vervolgden onze klim naar het beeld. Het was een vrij nieuw beeld en echt inmens groot. Eenmaal boven hadden we een prachtig uitzicht over het dorp en het meer. Het beeld werd van binnen nog geschilderd en ingericht, maar wat al af was, zag er heel mooi uit. Beneden bij het water zag het aan de oever zwart van de vissen. Dat komt omdat ze continue eten krijgen van de bewoners / toeristen hier. Ze waren met z’n allen aan het happen, echt een maf gezicht.

Wij hebben een lekkere wandeling om het meer gemaakt en aan de andere kant van het meer hebben we een tempel van de Sikhs bezocht, de religie met de tulbanden om. De tempel zag er ook mooi uit en we kregen nog een soort van gepofte rijst om op te eten.

Tenslotte zijn we nog langs enkele gebedsmolens gelopen die we met onze rechterhand aan het draaien hebben gemaakt.

’s Avonds hebben we gegeten bij het hotel en het smaakte prima. De hotelkamer was zo-zo, maar we verbleven hier toch maar 1 nachtje.

Donderdag 14 juli Rewalsar – Manali
Vandaag hebben we een relatief korte reisdag gehad, zo'n 4 uur. We hebben door de Kullu vallei gereden, wat ons een uitzicht gaf op mooie oude houten dorpjes. Onderweg hebben we een bezoek gebracht aan het fort van Naga, gelegen op 1870 meter. Het is 500 jaar oud en herbergt de heilige Jagtipath tempel. We gingen op een mooi terras zitten en hadden uitzicht over de vallei. Helaas regende het, maar dat mocht de pret niet drukken. We hebben lekker gegeten. Daarna gingen we naar de galerie van de Russische kunstenaar Roerich, waar we zijn schilderijen hebben bekeken. Niet echt onze smaak. De tuin met prachtige bloemen trok meer onze aandacht.

 

Hierna vervolgden we onze weg naar Manali, waar we na een uurtje rijden aankwamen. Het is een erg toeristische plaats, vol kleurrijke kraampjes aan de kant van de weg. Dit geeft een gezellige uitstraling.  Er wonen veel hippies sinds de jaren ’70 en je ziet nu ook veel backpackers. Later hebben we ook ontdekt dat de wietplanten hier torenhoog als struiken groeien en waar dus iedereen van mee kan genieten. Ook voor de Indiërs zelf is het een favoriete vakantiebestemming.

We ontmoetten hier een Nederlandse vrouw, waar Dim-Sum mee samen werkt. Zij heeft hier haar reisbureau en een prachtig hotel laten bouwen, waar wij overnachten. Dit hotel staat in het oude gedeelte van Manali. Vlak achter het toeristische gedeelte ben je ineens in het oude gedeelte waar de prachtige authentieke boerderijen staan met bewoners in klederdracht. Tevens lopen hier koeien en andere dieren. Van onze reisleider horen we dat in de ochtend de vrouwen met hun vee naar de velden vertrekken, de was doen bij de pomp of de nabijgelegen akkers bewerken. Wauw! Wij kijken onze ogen uit. We zaten ineens midden in het traditionele dorpsleven, geweldig! Het hotel was ook erg mooi en we hadden ruime kamers.

 

Nadat we onze spullen gedropt hadden, kregen we van Abi een rondleiding door het oude dorp, waar vandaag een groot feest gaande was. We kwamen bij een tempel waar we door de tempelbeheerder gezegend werden door een rode stip op ons voorhoofd te tekenen. We mochten niet naar binnen, maar gelukkig wel door het raam een blik naar binnen werpen. De Indiers waren de festiviteiten aan het klaarzetten. Allerlei mooi versierde goden, offerandes en mensen in prachtige kledij. We vervolgden onze wandeling en kwamen overal mooie uitgedoste mensen tegen. Vooral de vrouwen in felle kleurrijke gewaden waren een genot om te zien. Hier en daar hebben we weer mooie foto’s gemaakt. Ook hebben we de processie gezien die door het dorp ging. De klederdracht is hier weer heel anders, maar ook weer erg mooi.

 

Daarna hebben we rondgeslenterd langs de kraampjes, wat ik vooral erg leuk vond. Veel mooie sieraden, tassen, kleding, noem maar op. ’s Avonds zijn we met z’n allen gaan eten bij een tentje in het centrum. Onder het genot van een grote pul bier hebben we gezellig gekletst en gegeten.

 

Toen we naar het hotel terug liepen, werden we getrakteerd op een optocht van zingende vrouwen in klederdracht. Dit was de afsluiting van het feest en voor ons een mooie afsluiting van de avond.

 

Bron: Website Dim-Sum Reizen: ‘De naam Manali komt van Manu, de lokale god van Manali. Het verhaal gaat dat hij in vroegere tijden de wereld heeft gered, na een grote vloedgolf die de hele aarde onder water zette en de mensheid bijna deed uitsterven. In Manali kwam hij terecht op 2000 meter hoogte en daar begon de geschreven geschiedenis. Het oude Manali heeft een mooie tempel van Manu. Een aantal verhalen uit de Mahabaratha spelen zich af in de Kullu vallei. Hadimba, de godin uit Dungri, een klein dorp naast Manali, komt voor in deze legende als de vrouw van Bhima, die de Pandavabroers heeft helpen overwinnen tegen haar eigen broer die een boze demon was. Nog steeds als de lokale bevolking niet blij is met het weer, teveel of te weinig regen, gaan ze naar Hadimba toe en slachten dan een paar bokken of schapen. Het bloed wordt door Hadimba gebruikt om de boze demonen gunstig te stemmen en ervoor te zorgen dat het beter weer wordt. De mooie houten tempel van Hadimba is gebouwd in 1533 in Pagoda stijl, met vier lagen. De tempel ligt bovenop de berg in Manali midden in de bossen. In de buurt van Manali zijn ook een aantal heetwaterbronnen, waarvan Vashist de bekendste is.’

Vrijdag 15 juli Manali
Onze reisleider Abi woont in Manali en heeft ons laten zien waar zijn huis is. Hij bezit voor Indiase begrippen een groot huis, of eigenlijk meerdere huizen en woont daar met veel familieleden, waaronder ook zijn schoonfamilie.

 

Vandaag hadden we een dagje vrij. We zijn naar de Dhungritempel gewandeld van de Sikhs, welke gewijd is aan de godin Hadimba. Een oude houten tempel uit 1533 waar je binnen in een kleine ruimte kwam. Daar werd je gezegend en kon je een offerande achter laten, wat we ook gedaan hebben. Daarna zijn we weer gaan winkelen in het centrum van Manali. We hebben een soepje gegeten in een klein cafeetje waar de stroom uitviel. Gelukkig smaakte de soep er niet minder om. Op de toilet hadden ze kaarsjes staan, dus ook dat ging goed, hahaha. Het was regenachtig weer vandaag. Morgen was de dag van het passeren van de Rohtang pas en het was spannend hoe we dit zouden gaan doen. Als het zou blijven regenen, dan zouden onze 2 chauffeurs vannacht alvast vertrekken met de auto’s en ons opwachten net over de pas. Als wij dan vast zouden komen te zitten, zouden we een stuk kunnen lopen (of ter paard) en dan bovenaan met de auto’s verder. Maar, aan het begin van de avond kregen we te horen dat dit scenario niet nodig was. De hoeveelheid regen viel mee. De pas zou goed te bedwingen zijn, dus zouden we gewoon met de auto’s vertrekken om 6 uur de volgende ochtend.

 

’s Avonds hebben we samen met Debbie en Paul in hetzelfde restaurant gegeten, want het was gisteren goed bevallen. Als traktatie kregen we van de eigenaar als toetje een heerlijk stuk chocoladetaart. We aten onze vingers er bijna bij op!

 

Zaterdag 16 juli Manali – Kaza (Spiti)

Vanochtend zijn we vroeg opgestaan en om 6 uur vertrokken richting de Rohtang pas. Onderweg, net buiten Manali, kwamen we vele stalletjes tegen met 2e of 3e hands ski-kleding. Want er kan hier ook geskied worden, op de Rohtang pas. Voor getrouwde stellen een ideale huwelijksreis!

 

Klimmend de berg op genoten we van de mooie uitzichten. We waren blij dat we vroeg waren vertrokken en dat het zo voorspoedig verliep en hadden alle vertrouwen in een snelle tocht over de bergpas. Totdat…..we op een stuk weg even stil kwamen te staan, want het was wat modderig. Er stonden ook enkele vrachtwagens vast, maar al snel konden we toch verder. We zagen ook enkele simpele personenauto’s en zelfs een tuktuk in de rij staan, dapper!

 

Een stuk verder kwamen we weer vast te staan en werd de modder toch wel wat serieuzer, maar we maakten ons niet ongerust. Ook toen de auto niet uit de modder kwam, we hulp kregen van verschillende kanten en Abi zelfs met zijn blote voeten en een schep mee ging graven, bleven wij lachend foto’s maken en filmen. ‘Leuk, om straks thuis te laten zien’……

 

Nou, we kwamen gelukkig uit de modder, maar de weg werd steeds slechter. We zagen een stel gekleed in skipak op paarden voorbij komen, die gingen skiën. We zagen veel verkopers met allerlei etenswaar en koffie. Modder, smalle wegen, rijen vrachtwagens en auto’s, landslides. Noem maar op, we hebben het allemaal meegemaakt. Op een gegeven moment was het beter om de auto uit te gaan en te gaan lopen naar het hoogste punt. Prima, maar eenmaal daar begon het te regenen en kleumden we tegen elkaar aan onder een zeiltje bij een kraampje. Daar hebben we vervolgens uren staan wachten. Om een lang verhaal kort te maken, het was een doffe ellende en we hadden geen idee hoe lang het zou duren. En daar stonden we, in de miezerregen, kou en op een gegeven moment zelfs in het donker en dat op 3950 meter hoogte. Op een gegeven moment was het laatste stuk zelfs zo slecht dat alle voertuigen een voor een met een grote wegwerker uit de modder getrokken moesten worden. En natuurlijk kwam het verkeer van 2 kanten en was steeds om de beurt een rij aan zet. Om 21.00 uur, dus na 15 erg lange uren kwamen dan eindelijk onze auto’s eraan en we konden bijna wel huilen van blijdschap!!!

 

Eenmaal in de auto reden we dan eindelijk door de Himalaya, in het donker weliswaar. En dat was best spannend. We hadden goede chauffeurs en zij deden er alles aan om ons op de plaats van bestemming te brengen, maar het was nog zo’n 7 uur rijden naar Kaza. Wij vonden dat onverantwoord. Gelukkig kwamen we na een stuk rijden een klein kamp tegen en wonderwel waren er nog 7 bedden beschikbaar, met dekens en al, in een bunker waar al vele anderen lagen te slapen. Hier konden we de nacht doorbrengen en daar hoefden we niet lang over te twijfelen. We hebben vervolgens heerlijk geslapen onder het toeziend oog van de Dalai Lama, waar een foto van stond bij een klein altaartje onder het raam. Namaste!

 

Zondag 17 juli Himalaya - Kaza (Spiti)

Vanmorgen werden we vroeg wakker, want er was al her en der herrie om ons heen. Tevens ging de ‘garagedeur’ open en kwam er veel licht naar binnen. Na nog enkele keren omgedraaid te hebben, gingen we er maar uit. Eenmaal buiten wachtte ons een prachtige verrassing….….het uitzicht op de geweldige bergen van de Himalaya! Wauw dat is nog eens heerlijk wakker worden. Echt super! Nadat we onze tanden hadden gepoetst en ons gezicht hadden gewassen in het koude stroompje hebben we met z’n allen nog ontbeten. De chauffeurs hadden de auto’s gewassen en ontdaan van alle modder, zodat we weer met blinkende auto’s verder konden.

De reis ging verder en wij keken allemaal onze ogen uit. We reden op grote hoogte, zo’n 3000-4000 meter. Overal om ons heen was het prachtig en je kwam ogen tekort. De hoge pieken van de rotsachtige bergen staken mooi af tegen de mooie lucht. Het was er erg desolaat en ruig. Het was ook even wennen aan de wegen. Deze zijn slecht, waardoor we een korte afstand toch een lange zit betekent. Maar dat is hier totaal geen straf. Je kunt op deze manier juist alles goed bekijken.

 

Op een gegeven moment werd de omgeving meer groen en dat was een vreemd gezicht. We waren een stuk afgedaald en kwamen aan in het gebied Lahaul, wat dus erg groen is.

 

Vervolgens gingen we weer langzaam omhoog. We passeerden de Kunzum La pas, op 4551 meter hoogte, en bovenaan waren enkele stupa’s gebouwd die omgeven waren door vele Tibetaanse gebedsvlaggen. Het was een mooi gezicht, al die kleuren wapperend in de lucht. Op deze manier worden de gebeden op de vlaggen de lucht in gestuurd naar de Goden toe.

Deze pas is niet het gehele jaar open, enkel van juni-september. Hierdoor is Spiti in de andere maanden een geïsoleerd gebied.


Na de pas volgde weer een afdeling en reden we richting het dorpje Losar. Erg bijzonder te beseffen dat de mensen hier zo achteraf en in bepaalde maanden dus toaal geïsoleerd wonen. Dit dorpje ligt op 4079 meter en is het eerste dorp in het gebied Spiti. De huizen zijn wit, met veelal kleine raampjes en een rood dak. Bijzonder gezicht.

 

De tocht ging verder en we bleven om ons heenkijken om niets te missen van al het moois om ons heen. Na enkele uren bereiken we dan eindelijk Kaza. Dit is de hoofdstad van Spiti en heeft ca 2000 inwoners. Wij zouden dus zeggen dat het eigenlijk meer een dorp is, maar de meeste dorpen in Spiti hebben niet meer dan 10-100 inwoners.

 

Bron: Dim-Sum Reizen: ‘De naam Spiti betekent Huis van Mani, naar de boeddhistische mantra Om Mani Padme Hum. Deze woorden staan overal gebeiteld in de stenen van de muren, vandaar de benaming manimuren. Spiti is net een levend museum. De boeddhistische vallei ligt tussen de 3350 en 4570 meter. De omringende bergen van rond de 6000 meter hebben geen vegetatie en erosie heeft over duizenden jaren het landschap een maanachtige voorkomen gegeven. De Spitirivier doorsnijdt het geheel in een diepe ravijn. Kleine stukjes groen in het landschap zijn het resultaat van het harde werken van de dorpelingen die met behulp van irrigatie groenten en graan verbouwen. Door zijn eeuwenlange, geïsoleerde ligging, is de bevolking erg naar binnen gericht. Dit heeft ervoor gezorgd dat een groot aantal kloosters hun unieke karakter heeft kunnen behouden. Sommige van deze kloosters behoren tot de meest bijzondere kloosters in de hele Himalaya.’

 

In Kaza verbleven we in een mooi pension wat ons een prachtig uitzicht gaf over het gebied. De kamer was ook prima, al hadden we af en toe geen stroom, maar dat was dan tijdelijk.

Hier kregen we voor het eerst last van de hoogte. Dit uitte zich in flinke hoofdpijn, wat een drukkend gevoel gaf. Gelukkig hadden we Diamox meegenomen. Eigenlijk plaspillen, maar bij toeval is ontdekt dat zij ook helpen bij hoogteziekte. En dat klopte gelukkig! Daarnaast merkte je het ook als je opwaarts liep, dan liet vooral mijn conditie me in de steek, hijg-hijg-puf-puf.

 

Nadat we ons opgefrist hadden, gingen we met 1 chauffeur en Paul en Debbie weer op pad, om geen dag te hoeven missen van het programma. We gingen eerst naar het Ki Klooster wat bovenop een rots gebouwd is, op 4100 meter hoogte. Er omheen was het dorpje gebouwd. Er waren enkele monniken aan het poetsen want ze verwachtten hoog bezoek. We hebben de tempel gezien en zijn nog in een hele kleine ruimte geweest, waar een stokoude monnik de wacht hield. Vanuit het klooster had je een prachtig uitzicht over de omgeving, erg mooi.

 

Bron: Trekking in Ladakh, Jan Knaapen: ‘Het klooster stamt uit de 14e eeuw en heeft een waardevolle collectie muurschilderingen, boeken en thanka’s. De abt van Ki Gompa, die tevens over Tabo resideert, wordt beschouwd als de reincarnatie van Rinchen Zangpo. Deze ‘grote vertaler’ stichtte Tabo Gompa, dat tot de belangrijkste en oudste tempels van het hele Tibetaanse cultuurgebied behoort.’

 

Van daaruit zijn we verder gegaan naar het dorp Kibber. Dit dorp ligt op 4205 meter hoogte en is het hoogst gelegen bewoonde dorp ter wereld. We kwamen 2 kinderen met een baby op de rug tegen, waar ik mooie foto’s van heb gemaakt. Daarna ontmoetten we nog enkele oudere vrouwen met getekende gezichten vanwege het klimaat. Ook die hebben we op de foto gezet. We hebben door het dorp gewandeld, langs de witte huizen van Tibetaanse stijl.

 

Daarna gingen we weer terug naar het pension, waar we ’s avonds lekker gegeten hebben. Vroeg naar bed, want de hoofdpijn speelde toch wel parten ondanks de medicijnen.

’s Nachts werden we wel wakker gehouden door de honden. Het leek of er verschillende bendes waren die in de nacht tegen elkaar vochten. Een al gejammer en geblaf.


Maandag 18 juli Kaza – Tabo via Dhankar
Vandaag hebben we weer enkele kloosters bezocht. Eerst zijn we naar Dhankar geweest. We reden dwars door de Spiti vallei op weg naar Tabo. Onderweg bezochten we het klooster van Dhankar, een uurtje rijden vanaf Kaza. Dit was een van de meest spectaculair gelegen kloosters in de hele Himalaya. Op grillige rotspieken op zo’n 4000 meter is het klooster gebouwd op een plaats waarvan het absoluut onmogelijk lijkt daar iets te bouwen. Onderweg zijn we gestopt om foto’s te kunnen maken van het klooster tegen de blauwe lucht. In het kleine klooster hebben we eeuwenoude thanka’s bewonderd, sommige daarvan waren wel meer dan 1000 jaar oud. Dat is echt bijna niet te geloven.
Het klooster verkeert in een slechte staat en ziet eruit of het elk moment in elkaar kan storten. Het is dan ook een van de 100 meest bedreigde belangrijkste historische sites ter wereld. Eeuwig zonde zou het zijn als dit prachtige bouwwerk verloren zou gaan. Daarom hebben we een donatie gedaan aan de monniken.

 

Het was een warme dag en de kleine klim naar het hoogste punt boven het klooster kostte enige kracht. Ik vond vooral de hoogte wat akelig, maar ook al heb ik hoogtevrees, ik ga dingen niet uit de weg. Gelukkig maar, want eenmaal boven hadden we een adembenemend uitzicht. We keken uit over de vallei waar de Pin en Spiti rivieren in elkaar stromen. Ook hier hebben we enkele mooie foto’s gemaakt. Niels maakte er ook een van het beneden gelegen dorpje door een raampje, met op de achtergrond de gebedsvlaggen.

 

Na het bezoek vervolgden we onze weg naar Tabo. Weer keken we onze ogen uit en genoten we van alle pracht die de natuur hier voortgebracht heeft.

 

In de ochtend arriveerden we in het kleine dorpje Tabo. In dit dorp ligt een van de beroemdste kloosters binnen het Tibetaanse cultuurgebied. Het klooster bestaat uit verschillende lemen gebouwen, binnen een lemen muur. Het ziet er dus heel anders uit als de andere kloosters en zorgt in eerste instantie niet voor een indrukwekkend beeld. Het lijkt meer op een huis in Jemen ofzo.

Bron: Website Dim-Dum: ‘De gebouwen herbergen misschien wel de meest bijzondere fresco’s en beelden van alle Tibetaanse kloosters. De fresco’s en beelden zijn al meer dan 1000 jaar oud, en omdat het kloosters nooit is vernietigd is het daarmee één van de weinige kloosters die er nog bijna exact zo uitziet als 1000 jaar geleden. In 996 werd het klooster gesticht door Ringchen Zangpo, een van de beroemdste schriftgeleerde in het Tibetaans boeddhisme en de heiligste man die Spiti heeft voortgebracht.
Het klooster zelf maakt normaal gesproken een weinig levendige indruk, het heeft meer een museumfunctie dan een kloosterfunctie, lijkt het wel. En dat terwijl de Dalai lama heeft aangegeven hier zijn pensioen te willen slijten (ervan uitgaande dat hij Tibet niet inkomt). De gebouwen zijn meestal gesloten en we moeten eerst een monnik zoeken die de gebedsruimtes kan openmaken. In donkere, spaarzaam verlichte ruimtes loopt u langs grote beelden van boddhisatvasa’s. Op de muren prachtige fresco’s van boeddha’s, overal waar u kijkt. De ene ruimte is nog indrukwekkender dan de ander. Zonder meer een van de belangrijkste collecties aan boeddhistische kunst die zich voor uw ogen openbaart.’

 

De tekst hierboven geeft het inderdaad goed weer. Van buiten is het kaal en lijkt het niet op een klooster. Van binnen was het erg indrukwekkend.


Aan de rand van het dorp ligt een heuvel waar zich enkele grotten bevinden, waar vele monniken mediterend lange tijd doorgebracht. Niet te geloven!

 

Na een korte wandeling door het dorpje hebben we iets gegeten en gedronken in een leuk cafeetje. Hier hadden we een mooi uitzicht over het dorpje in de verlaten vallei.

 

Na het bezoek aan de twee verschillende kloosters reden we weer terug naar Kaza, waar we nog een nacht verbleven. ’s Avonds hebben we nog wat rondgewandeld in het dorpje en zijn we op tijd gaan slapen. Kwam wel goed uit, want we hadden geen stroom, dus lezen zat er deze avond een keertje niet in.

 
Dinsdag 19 juli Kaza – Keylong (Lahaul vallei)
Vanochtend weer vroeg opgestaan en op weg naar Keylong, de hoofdstad van Lahaul. We gingen dezelfde weg terug, dus over de Kunzum la pas, maar zijn niet afgeslagen naar Manali, maar naar Keylon. Deze stad ligt op 3350 meter hoogte. Het was een lange reisdag, maar dat maakt in deze prachtige natuur helemaal niets uit. Je blijft rondkijken en je verbazen over al het moois dat je ziet. Dat geldt voor iedereen. Het blijft ook zo wonderlijk dat het landschap iedere keer weer anders is. De vallei waar we nu doorheen reden, is namelijk veel groener, wat na het bewonderen van de rotsachtige bergen ook weer een mooie afwisseling is. We verzochten de chauffeur af en toe te stoppen om de nodige foto’s te maken. Ja, je blijft hier knippen en wilt niets missen.

 

Bron: Website Dim-Sum: ‘De Lahaul vallei vormt samen met Spiti de administratieve eenheid Lahaul en Spiti. De bevolking is een mengeling van hindoes, boeddhisten en moslims.’

 

Na een lange dag arriveren we vroeg in de avond in Keylong. De prachtige kleuren van de zonsondergang weerkaatsen op de rotspunten tegenover ons hotel en geven de omgeving een sprookjesachtig uitzicht. Wauw, ook weer adembenemend!

 

Bij het hotel ontmoeten we een groep Nederlandse motorrijders, die hun motoren lieten schoonmaken. Ook zij waren door de modder de pas bij Manali over gegaan en hun motoren zien er niet meer uit. Het was voor hen een spannende tocht geweest.

 

Deze avond voel ik me niet lekker en ga ik vroeg slapen.

 

Woensdag 20 juli Keylong - Sarchu 

Vanochtend ontbeten in het gezellige hotel onder het geluid van mensen die mantra’s zongen. Daar starten de mensen veelal hun dag mee, met het luisteren van gebeden / mantra’s.

Ook vandaag staat er weer een lange dag op het programma. Het einddoel is wel geweldig, want we gaan namelijk kamperen in de Himalaya, in Sarchu. Dat is toch werkelijk waar super!

 

De chauffeurs rijden overigens erg goed, daar valt niets van te zeggen. Erg knap, want de wegen zijn niet altijd breed, geasfalteerd of goed begaanbaar. Daarbij komen nog de vele tegenliggers, waaronder veel vrachtwagens. Maar ze hebben alles goed onder controle en we voelen ons veilig. Sommige gedeelten van de wegen zijn geasfalteerd, maar dat is meer uitzondering. Vaak zien we ook mensen helemaal bedekt door kleding langs de kant van de weg zitten, ook vrouwen, die de hele dag stenen tot gruis aan het hakken zijn met andere stenen. Sommige vrouwen liggen te slapen op de stenen, wat denk ik hun pauze is. Ik heb veel respect voor deze mensen en zal nog vaak aan hen denken als ik een slechte dag op kantoor heb. Echt ongelooflijk. Het is dan ook vaak van hun gezichten af te lezen, letterlijk en figuurlijk, hoe hard het leven in de bergen kan zijn. Echt respect!

 

Onderweg hebben we twee hoge passen gepasseerd, waaronder de Baralacha pas van 5000 meter. Op het hoogste punt ligt vaak een berg manistenen of kleine bergjes manistenen met vele wapperende gebedsvlaggen. Zo ook op deze pas. In de verte zien we de hoge wit besneeuwde toppen van omringende bergen, wauw, adembenemend. Ik voel me helemaal vrij en gelukkig!

Nadat we enkele steentjes hebben bijgelegd, vertrekken we weer.

 

Tegen 12.00 uur arriveerden we in het tentenkamp in Sarchu. Het ziet er super gaaf uit!

Vele witte tenten in een rondje en 1 grote tent om gezamenlijk te eten. We gaan op verkenning en betreden de knus ingerichte tenten. Twee opgemaakte stretchers, kleedje op de grond, licht…..en een wc met spoelknop en een wasbak! Niet te geloven. Daar maken we meteen een foto van.

Onze spullen hebben we gedropt en we hebben lekker buiten zitten lezen. Wat is dit genieten zeg, wat wil een mens nog meer. Kamperen midden in de Himalaya, met uitzicht op de enorme rotspunten!

Er kwam nog een kudde schapen voorbij, een gezellig gezicht. Dat maakte het geheel helemaal compleet!

 

’s Avonds hebben we met z’n allen gegeten in de grote tent waar een buffet met allerlei lekkers klaargemaakt is. Ja, het kan allemaal in de bergen. Het smaakte ons heerlijk en we hadden veel plezier en lol. Het koelde flink af en voor het slapen gaan heb ik mijn warme thermo ondergoed aangetrokken. Eenmaal in bed doe ik ook nog sokken aan en zet ik een muts op. Het zag er grappig uit, maar ik heb het in ieder geval niet koud! Welterusten!

 

Donderdag 21 juli Sarchu – Tso Kar

We hebben prima geslapen in onze tent en het lekker warm gehad. ’s Ochtends kwam er iemand langs die ons een emmertje warm water bracht om ons te kunnen wassen. Wat leuk!

Na het wassen en inpakken van de spullen hebben we ontbeten in de grote tent.

 

Vandaag hebben we nieuwe chauffeurs gekregen. De anderen zijn weer terug gereden naar Manali voor de volgende groep reizigers. We hebben ze hartelijk bedankt voor het goede rijden en ze een goede fooi gegeven als dank. Het was jammer dat we afscheid moesten nemen.

 

We laten het tentenkamp achter ons en gaan op pad. Vanuit Sarchu rijden we over de Changtang hoogvlakte naar het brak meer (zowel zoet als zout) Tso Kar bij het dorpje Korzak. We hebben weer een lange reisdag op het programma staan, maar zullen onderweg stoppen bij een ander meer om te lunchen.

 

De tocht leidde langs kale bergen met grillige rotspunten. Wat voel je je toch vrij in deze omgeving, het is zo’n machtig gevoel. Moeilijk om te omschrijven, maar erg mooi om te voelen!

 

Eerst kwamen we uit bij het meer Tso Kar, gelegen op 4100 meter. Een prachtig meer, met groene weilanden er om heen waar paarden stonden te grazen. Bij een beekje hebben we vervolgens ons lunchpakketje opgegeten en genoten van de omgeving. Hier hebben we een erg mooie foto gemaakt van een wolkenpartij. Het lijkt net alsof ze uit de foto komen. Onsmam zou hier helemaal van hebben genoten! Zij vond de wolken in Nederland namelijk al prachtig. Het is een bijzonder gezicht, de groene strook langs het beekje in de verder droge omgeving.

 

De directe omgeving van het meer is moerassig en langs de oevers liggen dikke witte en gele zoutkorsten. Zout is een ‘exportartikel’ voor de Changpa, die het verkopen in Leh. Hier hebben we ook enkele watervogels gezien.

 

Onderweg naar Tso Moriro zagen we een kudde yaks. Op een gegeven moment kwamen we in een gebied wat ook weer mooi groen oogde en waar bergmarmotten rondrende. Super leuk, we werden er helemaal enthousiast van. Onze chauffeur ook, want die ging mee zoeken en lette meer op de marmotten dan op de weg. Oeps. We hebben enkele leuke foto’s gemaakt van deze beestjes in hun idyllische omgeving. Erg lollig!

 

Na een lange reisdag kwamen we dichter in de buurt van het meer Tso Moriro. Onderweg zagen we nomaden met hun kudde yaks. Ook de geur van urine gaf aan dat er veel yaks waren.

Bijzonder hoe deze mensen leven in hun zwarte yakharen tenten en continue rondtrekken.

 

Eindelijk arriveerden we bij het meer Tso Moriro, gelegen op 4573 meter hoogte. Het meer bevat vele mineralen en is brak. Er komen vele exotische vogels voor zoals zeldzame eenden en ganzen.
Bij het meer zagen we verschillende tentenkampen. Ons tentenkamp bevond zich aan een wild stromend riviertje en om er te komen moesten we een wankele plank over. Gelukkig ging dit goed met onze zware rugzakken. We hadden weer een leuke tent en het voelde meteen erg knus aan.

 

Nadat we de omgeving en het kleine dorpje Korzok (een grote Changpanederzetting) verkend hadden, hebben we ’s avonds weer heerlijk gegeten in de grote tent. Weer een buffet, wat ons versteld deed staan van de mogelijkheden die de koks hadden. Helaas waren er 2 groepsgrenoten ziek en bleven zij in hun tent liggen. Het lange reizen, het verschil van hoogte en het tempo brak sommigen even op.

 

Bron: Website van Dim-Sum: ‘Op de Chang Tang hoogvlakte leven nog steeds de Kampa nomaden die als eerste de Indusvallei hebben bewoond. Ze zijn later verdrongen door andere groeperingen naar de Chang Tang Hoogvlakte, grenzend aan Tibet. Tegenwoordig zijn er twee soorten nomaden; de echte die het hele jaar rondtrekken en ook over de grens met Tibet gaan en de halfnomaden die hier wonen en ‘s zomers rondtrekken en ‘s winters in de dorpen zoals Karzok wonen.’

Vrijdag 22 juli Tso Kar - Tso Moriri

Gisteren zijn we in 1 keer van Sarchu doorgereden naar Tso Moriro, zonder te overnachten bij Tso Kar. Een te lange reis, maar dit zorgde wel voor een vrije dag vandaag. Niels en ik hebben een wandeling gemaakt, op het gemak vanwege de hoogte en de warmte, in de ochtend. We zijn naar het blauwgroene meer gelopen en daar wat steentjes over het water laten ketsen. Er zit bijna geen leven in dit meer, omdat het erg koud is en veel zout bevat. Toen gingen we een stukje heuvel en dat voelde erg zwaar aan, vanwege de hoogte. Rustig aan dus maar! Eenmaal boven hadden we een prachtig uitzicht op het meer, de bergen en de rest van de omgeving. Op de heuvel stonden veel steenmannetjes en wapperden gebedsvlaggen in de wind. Ik heb zelf ook een steenmannetje gebouwd met bloemetjes op de stenen.

 

In de middag hebben we rustig aan gedaan. Lekker gelezen in de zon, zittend aan het beekje. Af en toe de voetjes erin ter verkoeling en genieten maar!


’s Avonds, na wederom een heerlijke maaltijd, hebben we nog een wandeling door het ‘dorpje’ gemaakt en Niels heeft een klim gemaakt naar de stupa bovenop de berg achter het dorpje. Hierbij volgde hij een lange manimuur. Vanaf de top had je een mooi uitzicht over de weidse omgeving. Op de terugweg liepen we langs de Karzokgompa, bewoond door nonnen.Als afsluiting van de avond nog mooie foto’s van de zonsondergang gemaakt die de bergen in een prachtig rood licht zette.

 

Zaterdag 23 juli Tso Moriri – Leh

Vandaag hebben we het tentenkamp verlaten en zijn we op weg gegaan naar Leh, de hoofdstad van Ladakh.


Bron: http://www.vnc.nl/leh: ‘Ladakh ligt in het noorden van India, in de Himalaya. Het is een ruig gebied met bergtoppen tot 5300m hoogte. Door het gebied stroomt de Indus en vele bergstromen voeden de rivier. Er wonen 100.000 mensen, die er veelal nog op traditionele wijze leven van de landbouw en de veeteelt. Doordat de Indus irrigatie mogelijk maakt worden er toch wel allerlei gewassen, ook veel groentes, verbouwd. Officieel bestaat het niet meer, maar op het platteland is er nog altijd polyandrie: vererving via de oudste zoon en zijn echtgenote is ook de vrouw van de jongere broers.

De bevolking van Ladakh kan worden verdeeld in twee taalgroepen. Tot de Tibeto-Burmaanse taalgroep behoren de Ladakhi, de Balit, de Zanskari en de Purigi. De Balti wonen in Laag-Ladakh in de Kargil Vallei en zijn islamieten. Indo-Europese talen worden gesproken door de Darden en Dogba. De Arische Darden wonen in de buurt van Drass en Gilgit en zijn islamitisch. De Arische Dogba zijn boeddhisten. Je kunt ze herkennen aan hun kleding (lange tuniek en pofbroek bij de vrouwen) en hoofddeksels en versieringen. In Ladakh, vooral in en rond Leh, wonen ook veel vluchtelingen uit Tibet.

De Ladakhi zijn lama-boeddhisten. Het Tibetaanse boeddhismewerd in de 10e eeuw geïntroduceerd. De Roodkappen Sekte bestaat er naast de Geelkappen Sekte (daarvan is de Dalai Lama het hoofd). De monniken spelen een grote rol in het dagelijkse leven.’

 

Onderweg kwamen we enkele dorpjes tegen, waar mooie groene grasveldjes en bomen staan. Een vreemd gezicht, zo in de droge en ruige natuur.

 

Toen we Leh naderden zagen we ook veel militair terrein. Vanwege de nabijheid van China en Kashmir (en de spanningen met Pakistan) zijn er in Ladakh zo’n 150.000 Indiase soldaten gelegerd

 

Leh ligt op 3500 meter hoogte in de westelijke Indiase Himalaya. Ladakh wordt ook wel ‘klein Tibet’ genoemd, omdat de natuur, cultuur en taal overeenkomt met Tibet voordat de Chinezen daar binnenvielen. Leh was ooit het centrum op de handelsroutes van Centraal-Azië voor zijde en specerijen. Sinds de grens met China dicht is, is Leh afhankelijk van de beperkte landbouw in de Indus-vallei en van het toerisme. Het is een kleine, gezellige stad met veel hotels, restaurants, winkels en markten.

 

Ons hotel ligt net buiten het centrum en ziet er geweldig uit. Van de buitenkant lijkt het een oud-koloniaal pand en van binnen is het erg ruim en netjes. Nadat we ons opgefrist hebben, zijn we buiten op het terras gaan zitten alwaar we een heerlijk koud pilsje hebben gedronken. Na dit gezellige samenzijn, ging ieder weer zijn eigen weg.

 

Wij hebben vervolgens een eerste rondje door Leh gemaakt en daar werd ik helemaal blij van. De sfeer was erg gezellig en gemoedelijk en overal leuke ambachts winkeltjes en marktjes. Ik kwam er ogen tekort voor al het moois. ’s Avonds hebben we lekker gegeten in een van de gezellige straatjes.


Zondag 24 juli Leh

Heerlijk geslapen, lekker gedoucht en vervolgens een goed ontbijtje genoten met z’n allen. Wij besloten om vandaag naar de Shanti Stupa te gaan gelegen op de heuveltop op Changspa. Die laatste informatie had ik niet doorgekregen en het was dan ook een verrassing toen we arriveerden. Een hele lange trap liep naar de Stupa. Met het hoogteverschil en de warmte pufte ik naar boven en was ik blij toen ik er was. Niels zat uiteraard al lang te wachten, hahaha.

 

Maar eenmaal boven was de beloning erg goed. Het was een prachtige stupa, erg indrukwekkend vooral ook omdat hij zo groot en helemaal wit is! De stupa werd gebouwd door een Japanse Boeddhistische organisatie, bekend als ‘Het Japanse symbool voor wereldvrede’. Het doel achter de bouw van de stupa was het herdenken van het 2500 jaar oude Boeddhisme. De Dalai Lama heeft de stupa zijn zegen gegeven in 1985.

We hebben enkele rondjes gelopen om de stupa en mooie foto’s gemaakt van de kleurrijke tekeningen en beelden die allemaal een bepaald verhaal uitbeelden. Het is een indrukwekkende stupa en ik ben blij dat ik hiervoor de trappen ben opgelopen. Daarnaast hadden we een prachtig uitzicht over Leh en de omgeving. Wauw!


Bron: Website Dim-Sum: ‘In het centrum van Leh staan drie oude stupa’s. Op een heuvel midden in Leh kunt u het oude paleis in ruïnes zien liggen. Daar iets boven ligt het koninklijke klooster Tsemo Gompa waar een prachtig twee verdiepingen-tellende beeld van Chamba Boeddha te zien is. U kunt de stad op eigen gelegenheid verkennen. Ook kunt u een aantal kloosters bezoeken die in de vallei rondom Leh liggen: Het Mathoklooster is een klein klooster van een kleine orde, waar elke dag om 12 uur een lunchceremonie wordt gehouden waarbij u aanwezig mag zijn. Dit klooster uit de zestiende eeuw is niet zo bekend en daarom ook nog niet zo toeristisch. Het behoort tot de zeldzame Sakyapa-sekte en de monniken nemen ruim de tijd om u rond te leiden.
De Stakna Gompa, wat ‘de neus van de tijger’ betekent, is van de Drukpa-orde. Er zijn veel oude gebedsruimtes en het klooster heeft een bijzondere zilveren stupa. Stok is een mooi paleis waar de huidige koninklijke familie woont. Het heeft een mooi museum.’

 

’s Middags zijn we gaan shoppen en heb ik vele mooie sieraden gekocht. Een armband en een hanger gemaakt van een witte schelp met daarop het oog van de godin Shiva. Helemaal happy!

 

We kwamen 2 groepsgenoten tegen die vertelden dat ze een mooie bijeenkomst hadden gezien op de binnenplaats van een klooster. Dit was nu afgelopen, maar ze hebben ons nog wel het klooster getoond, wat ook weer erg mooi was. Vanuit de drukke winkelstraat liep je een poort door en ineens bevond zich daar in alle rust het klooster, heel bijzonder.

 

Tevens hebben we nog door de straatjes geslenterd en kwamen we in een zeer bedrijvige hoofdstraat terecht. De lokale vrouwen verkochten daar hun verse groenten op de stoep van de hoofdstraat, sommigen nog met het opvallende hoge hoofddeksel op dat typisch is voor Ladakh. Een leuk gezicht!

’s Avonds hebben we op het dak van een gebouw pizza gegeten en genoten van het uitzicht.

Maandag 25 juli Leh – Lamayuru via Rizong
Vandaag gingen we naar Lamayuru, waar we een klooster gingen bezoeken en 1 nachtje zouden overnachten. De weg er naartoe was weer spectaculair en een paar keer hebben we zelfs oude bruggen over moeten steken over hard stromende riviertjes. Voordat we Lamayuru aan zouden doen, zijn we nog naar een ander klooster gaan kijken. Het klooster van Rizong. Hiervoor hebben we een lange slingerende weg in de bergen afgelegd. Uiteindelijk reden we door een kleurrijke poort en kwamen we uit bij het klooster dat erg goed verstopt lag. Het was een verrassing om dan ineens in de middle of nowhere een klooster te zien. Dit klooster is in 1840 gesticht door Lama Tsultim Nima en de ca 40 monniken houden er een conservatief regime op na. Zij behoren tot de Gelugpa Sekte.

 

Bron: http://www2.vnc.nl/items/steden/saspol.php?id=‘In het klooster zijn enkele schrijnen, wandschilderingen en er is een bibliotheek met o.a. boeken van de rond 1930 in Ladakh geboren Rizong Rinpoche. Hij studeerde in Drepung (Lhasa) en vluchtte met de Dalai Lama in 1959 naar India. Die benoemde hem in Dharamsala tot abt van het tantrische Gyumed Klooster en van Drepung Loseling. Hij heeft de titel ‘Dharma Meester van de Noordpiek', een zeer hoge titel binnen de Gelugpa Sekte. Rizong Rinpoche staat bekend om zijn tantrische krachten en hij wordt vaak geraadpleegd door de Dalai Lama.'

'Bij Rizong hoort een klein nonnenklooster, Chomoling, dat 2 km verderop ligt. De dames zorgen voor de olie in de lampen van Rizong, ze melken de koeien, spinnen de wol voor de gewaden etc.’

We namen een kijkje en keken wederom onze ogen uit. De ligging maakte het klooster al bijzonder, maar ook de verlatenheid. We liepen via stenen trappen en een ladder naar boven op het dak. Daar hadden we een prachtig uitzicht op het dal. De goudkleurige bekers lagen te drogen in de zon. Aan de pilaren hingen diverse trompetten en aan de deur naar de tempel wapperden de gebedsvlaggen. Er heerste hier een serene sfeer. Al bukkend gingen we naar binnen waar we de kleurrijke wanden, thangka’s en beelden hebben bewonderd. Er stond een enorm groot boeddhabeeld met in zijn handen diverse sjaals, ontvangen van de monniken en bezoekers ten teken van vrede. Ook hier een mooie foto van de Dalai Lama, ook omhangen met wapperende sjaals.

Het uizicht was adembenemend. De kale rotspunten in combinatie met de stilte, zorgde ervoor dat je zelf ging fluisteren.

 

Na het bezoek gingen we weer verder op pad. Op naar het volgende klooster.

Vlak voor Lamayuru reden we door een apart soort landschap. Het leek op gele kalksteenafzetting en we zijn even gestopt om hier enkele foto’s van te maken.

 

Lamayuru is een klein dorpje en is vooral bekend om het klooster dat tegen de rotsen aan gelegen is. Nadat we onze spullen gedropt hadden in het oude, krakkemige hotelletje, gingen we het klooster bezichtigen. Bij de ingang waren de muren kleurrijk beschilderd met voornamelijk boos kijkende mensen die het ‘fort’ lijken te bewaken tegen het kwaad. Alsof hun blikken je af moesten schrikken om naar binnen te gaan, wanneer je kwaad in de zin had. Dat hadden wij niet, dus wij hebben rondgewandeld in de verschillende ruimtes en gangen en genoten van al het culturele erfgoed. In de tempel was ook een soort van ruimte waar in de 10e eeuw de boeddhistische leermeester Naropa, jarenlang gemediteerd schijnt te hebben. Dat is toch wel heel erg knap. Ik mediteer zelf ook regelmatig en vind het dan al bijzonder dat ik dit 3 kwartier doe (mits ik niet in slaap val).

Het uitzicht was ook weer adembenemend. De kale, hoge rotsen, de kalkstenen rotsen, de stroken groen, de oude gebouwen en de wapperende gebedsvlaggen. Een typisch beeld van klein Tibet, geweldig!

 

Eenmaal buiten hebben we een ronde gemaakt om het klooster en de vele gebedsmolens laten draaien, zodat de gebeden de lucht in zijn gegaan. Overal zag je ook oude stupas, met uit steen gehouwen beelden in velerlei kleuren. Sommigen al afblatterend, zo oud. Op een gegeven moment kwam ik een oude monnik tegen die gezellig begon te kletsen. Ik kon hem bijna niet verstaan, maar toen hij wees op mijn horloge begreep ik wel dat hij die graag wilde hebben. Nou, helaas, ben d’r zelf erg blij mee. Maar toch weer een complimentje voor de kinderkledingwinkel van mijn vriendin waar ik hem gekocht heb!

 

Vervolgens zijn we naar de stupa hoog boven de berg gewandeld, waar het uitzicht nog mooier was. Hier hebben we dan ook even gezeten en genoten van het zicht. Het waaide er wel erg hard.

Lamayuru is ook een startplek voor veel trekkings in de omgeving en op de berg tegenover ons konden we ook enkele stipjes volgen die steeds hoger de berg opklommen.

 

’s Avonds hebben we lekker gegeten in het hotelletje en ook lekker de nacht doorgebracht.

Dinsdag 26 juli Lamayuru – Leh via Alchi en Likir

Vandaag weer vroeg vertrokken, terug naar Leh. Maar, voor onderweg stonden er nog enkele kloosters op het programma.

 

De eerste was Alchi. Dit klooster stamt uit de 11e eeuw en is daarmee het oudste klooster van Ladakh.
We kwamen eerst een groep monniken tegen. Ook veel jonge monniken, wat een schattig gezicht was. Daarna zag ik een vrouw in prachtig klederdracht met een bijzonder hoofddeksel op. Snel een foto gemaakt!

 

We liepen naar het klooster en zagen in het parkje ernaast enkele vrouwen bergen vruchten ontpitten. Mooi om te zien. Eenmaal binnen in het klooster aanschouwden we de boeddhistische en Moghulstijl muurschilderingen. 

Bron: Website Dim-Sum: ‘Via kleine deuren met hoge drempels komt u in de kleine ruimtes waar de muren van top tot teen zijn beschilderd. De imposante beelden staan midden in het vertrek en kijken van hoog op u neer. In een van de zes tempels staan drie grote, imposante beelden van Vajrapani, Manjushri en de Maitreya Boeddha opgesteld. Het klooster is niet meer in gebruik als klooster, maar dient nu als museum. Samen met het Tabo klooster in Spiti, is dit een van de meest bijzondere kloosters in deze regio.’

 

Na een heerlijke lunch in een erg gezellige binnentuin, vervolgden we onze reis naar Leh. Maar, onderweg bezochten we eerst nog het klooster van Likir. (De monniken van dit klooster runnen ook Alchi). Het klooster was al van een afstand te zien evenals het enorme gouden boeddhabeeld dat boven het klooster uit torende. Er liep een oude, schattige vrouw met een kralenketting rondom het beeld te bidden. Een mooi gezicht. In dit klooster wonen 120 moniken, van de Gelugpa Sekte, en er is een schooltje voor 30 monniken. (De abt van Likir is de broer van de Dalai Lama, maar is er zelden en is zelfs getrouwd.)

Nadat we het klooster van binnen hadden bezichtigd, zijn we weer terug gegaan naar Leh.


Woensdag 27 juli Leh / excursie Hemis en Tikse

Vandaag stonden er weer 2 kloosters op het programma. Ik moet eerlijk zeggen dat na de afgelopen dagen het gevoel van de ‘alweer een tempel’ een beetje ontstaan is. Het is echt allemaal prachtig, maar ook wel een beetje te veel na elkaar van het goede. Afijn, we zijn de dag fris en fruitig begonnen en staan weer open voor nieuwe ervaringen!

 

Het eerste klooster dat we bezocht hebben is Hemis. Dat is het grootste en rijkste klooster van Ladakh waar 500 monniken wonen, behorend tot de Drukpa of Kagyu-pa Sekte (Roodkappen). Hemis stamt uit de 17e eeuw en is gebouwd als tegenwicht tegen de steeds machtiger wordende Gelugpa Sekte (Geelkappen). Het klooster is gewijd aan Padmasambhava, de Indiase prediker die in de 8e eeuw het boeddhisme verspreidde in de Himalaya. Ook hier hebben we genoten van alle beelden, de kleurrijke schilderingen, het museum, de gebruiksvoorwerpen van de monniken in de tempel en nog veel meer.

 

Vervolgens zijn we naar het klooster van Thikse gereden, gelegen op een heuvel vlak buiten de stad. Het klooster stamt uit de 15e eeuw, bestaat uit twaalf verdiepingen in de kleuren oker en wit en wordt bewoond door zestig monniken.

 

Er is ook een nieuw kloostergedeelte, dat in 1980 door de Dalai Lama werd ingewijd. Hier staat het bekendste boeddhabeeld van Ladakh, de 12 meter hoge Maitreya Boeddha (de Boeddha van de Toekomst). Achter hem staan muurschilderingen die het leven van Boeddha uitbeelden.

 

Bron: http://www.reizennaarindia.nl/content/informatie/leh.php : ‘Thikse zorgde begin deze eeuw voor opschudding, doordat de toenmalige tulku het boeddhisme afzwoor, zich overgaf aan allerlei geneugten en met de noorderzon verdween.’

 

Ik vond dit een erg indrukkend klooster. Vanwege de grootte, maar ook vanwege de mooie kleuren (geel, oker en wit), het prachtige grote boeddhabeeld en de vele bloemen die overal sierden.

 
Donderdag 28 juli Leh 

Vandaag was het dan eindelijk zover, de dag van het Festival, waar we al enkele dagen naar uitgekeken hadden. Een kloosterfestival om precies te zijn, dus waar de monniken dansend in klederdracht religieuze verhalen uitbeelden. Het schijnt dat ze hier jarenlang voor trainen, dus dat maakte ons nog meer nieuwsgierig.

 

Bron: Website Dim-Sum: ‘Ze vieren met dit festival de geboorte van Guru Padmasambava, de boeddhistische heilige die het boeddhisme vanuit India naar Tibet heeft gebracht. De verhalen die dansend worden uitgebeeld zijn legendes over goed en kwaad en informeren de lokale bevolking daarmee over het boeddhistisch gedachtegoed. Er zijn ook altijd grappige figuren in de dans aanwezig die proberen om de toeschouwers aan het lachen te krijgen.’


Toen we arriveerden waren ze net begonnen. Op een plein stond een gebouw met een luifel ervoor, waar diverse monniken op een podium zaten. Het waren voornamelijk oudere monniken, gekleed in prachtige klederdracht en grote rode kappen op. De meesten speelden muziek om het ritme voor de dansende monniken aan te geven. Links ervan zat hun leider op een soort van troon. Rechts van hen zaten de kleine monniken die veelal de lange trompet bliezen. Een mooi gezicht. Op het pleintje ervoor werd het festival opgevoerd. Afwisselend dansten er monniken in kleurrijke klederdracht en maskers op, kwamen er groepen met trompetten, monikken verkleed als apen die het publiek voor de gek hielden en nog veel meer. Het was een mooi theaterspel. Echter, na een paar uur hadden we het wel gezien. Het was namelijk geen hoog niveau dans en het verhaal was voor ons niet duidelijk. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik het locale publiek meer interessant vond om te zien. Vooral de oude opaatjes en omaatjes, een prachtig gezicht! En dus ook interessant om te fotograferen, wat ik dan volop gedaan heb. We hebben nog wat rondgeslenterd langs de kraampjes en gepicknickt in het gras en om 15.00 uur reden we weer terug naar Leh. Al met al een leuke dag!


Vrijdag 29 juli Leh – Delhi       en        Zaterdag 30 juli Delhi

Vandaag zijn we vroeg in de ochtend naar Delhi gevlogen. We zaten wederom in hetzelfde mooie hotel midden in het levendige Delhi. Je hoeft het hotel maar uit te lopen en er gebeurt van alles om je heen. Er wordt gebouwd, veelal gescheurd met auto’s en brommertjes, er staat zomaar een paard in de straat, er lopen veel mensen, er komt een man met een handkar vol bakstenen voorbij etc. Je kijkt je ogen uit al ga je hier gewoon een dag op de stoep zitten. Ik vind het echt geweldig!

 

’s Avonds vlogen we terug naar Amsterdam, waar we in alle vroegte aankwamen. Sven, de broer van Niels, was er al en samen reden we naar Assendelft. Eenmaal daar waren we erg blij om onze teckel Grover weer te zien, hebben we verteld over onze reis en enkele cadeautjes uitgedeeld.

 

Het was echt een reis om nooit meer te vergeten!!!!